Station Rokin

Mijke

In Noord-Zuidlijn Posted

Station Rokin | Stad
Het archeologisch onderzoek bij de ontgraving van de bouwputten op Damrak en Rokin heeft 700.000 archeologische vondsten opgeleverd, opgediept uit de Amstel. Een ongekend grote collectie die de sociaaleconomische geschiedenis van de stad verbeeldt vanaf het vroegste begin.

De vondsten schetsen een beeld van de dagelijkse handel en wandel in een druk economisch en cultureel centrum met woningen, werkplaatsen, winkels, kerken en kroegen. De vondsten bieden een verbinding met allerlei periodes uit het verleden, maar schetsen tegelijkertijd een herkenbaar beeld dat eigenlijk niet erg veranderd is: het Rokin is nog steeds een verzameling winkels en warenhuizen, kroegen en clubs, culturele locaties en toeristentrekkers.

De verbinding tussen de dagelijkse voorwerpen van toen en van nu vormde dan ook de rode draad in de opdracht aan de kunstenaars. Een opdracht waarvoor een nauwe samenwerking werd verwacht met de stadsarcheoloog Jerzy Gawronski. Het doel: samen komen tot een ordeningsprincipe van alle vondsten die terug werden gebracht naar hun vindplaats, in grote installaties tussen de roltrappen van het station. Dit deel van de opdracht richtte zich op het in één oogopslag beleefbaar en voelbaar maken van de geschiedenis van de stad. Het tweede deel van de opdracht richtte zich op de lange perronwanden en daagde de kunstenaars uit een tweedimensionale, actuele verbeelding van de stad te ontwerpen, in een beeldrijm met de archeologische objecten.

Station Rokin

Dewar & Gicquel, ‘The crocodile, the melodica, the pike fish, the high heel pump, …’, 2017

In beweging

Kunstenaarsduo Daniel Dewar (Forest of Dean, GB, 1976) en Grégory Gicquel (St. Brieuc, FR, 1975) mocht hun ontwerp uitwerken. Het duo verkende eerst de positie die zij als kunstenaars innamen ten opzichte van de vondsten en zette dit tegenover de positie die een archeoloog en een historicus daarbij innemen. Dit leverde een interessante en relevante uitwisseling op over het bestuderen en interpreteren van archeologische vondsten en over het gegeven dat de culturele informatie waar de vondsten drager van zijn in beweging blijft, open voor nieuwe interpretaties en gewijzigde inzichten.

Deze verkenning leidde tot een ontwerp waarbij het duo een parallel trekt tussen vondsten en woorden: de volgorde waarin je ze organiseert geeft ze betekenis, maar alle afzonderlijke elementen blijven open voor interpretatie. Voor de installaties bracht dat de kunstenaars ertoe een ordeningsprincipe voor te stellen als verfijning van de hoofdstukindeling van de archeoloog: de vondsten werden in beide installaties als één lange zin geordend, niet hiërarchisch maar strikt gelijkwaardig aan elkaar, met een gelijke tussenafstand en gelijkmatig aangelicht, op een doorlopende, vlakke ondergrond.

Een stroom beelden

Het ontwerp voor de 120 meter lange perronwanden bestaat uit 33 ogenschijnlijk willekeurige motieven. Ook hier trekken de kunstenaars de parallel met woorden en zinnen door: de motieven vormen een langgerekte zin van beelden, vergelijkbaar met hoe op het internet dagelijks een stroom beelden langs ons trekt die we intuïtief ‘lezen’.

De afbeeldingen hebben allemaal een eigen schaal en perspectief, en allemaal een eigen zorgvuldig gekozen kleur en patroon. Sommige afbeeldingen zijn verder bij elkaar vandaan geplaatst dan andere, als dubbele spaties in een zin. Het nodigt extra uit om vormen van de verschillende afbeeldingen met elkaar te gaan vergelijken, inhoudelijke verbindingen te zoeken of vragen te stellen over de betekenis van het geheel.

Als echte ambacht-kunstenaars maakten Dewar & Gicquel tot de opdracht die zij voor Rokin kregen al hun werken in steen of keramiek zelf. Het perronwerk voor Rokin besloten ze industrieel te laten uitvoeren. Alle verschillende steensoorten werden nauwkeurig door de kunstenaars uitgekozen – per motief en per onderdeel van het motief, op kleur, aders en technische geschiktheid. De gekozen steensoorten werden in Frankrijk machinaal versneden met een waterjet-techniek, ingelegd en op granieten platen bevestigd.

Over de kunstenaars

In hun werk ontleden Dewar & Giquel alledaagse en ogenschijnlijk onbelangrijke objecten en voegen deze opnieuw samen. Ze behandelen de objecten met een bepaalde verwondering: alsof ze van een andere planeet komen en de betekenis en functie van het object niet kennen. Dat levert vrolijk makend werk op, zoals hun monumentale beeld-op-sokkel in Bordeaux van een stel benen gestoken in joggingbroek en loafers. Dewar & Gicquel exposeerden onder andere in Centre Pompidou en Musée Rodin in Parijs. In 2012 wonnen ze de Prix Marcel Duchamp.

Gegevens van het kunstwerk

Titel wanden: “The crocodile, the melodica, the pike fish, the high heel pump, the sportswear shoe, the rear derailleur, the tie, the sandal, the ballpoint pen, the pipe, the shrimp, the garden tigermoth, the pair of dice, the leopard frog, the sewing machine…” “…the Welsh Corgi Pembroke dog, the calico cat, the flat-twin car engine, the rattlesnake, the French horn, the teapot, the wetsuit, the handheld fan, the mallard, the diving flipper, the paintbrush, the nutcracker, the whelk shell, the fishing lure, the foxglove, the umbrella, the dragonfly, the badminton racket.” | Opening: 23 maart 2017.| Materiaal: verschillende soorten natuursteen, machinegesneden, ingelegd en op granieten platen bevestigd. Formaat: tweemaal circa 4,5 x 120 meter.

Titel installaties: “Below the surface”. | Opening: 8 maart 2018. | Materiaal: circa 10.000 archeologische vondsten in twee vitrines. De overige circa 690.000 vondsten zijn elders in het station opgeslagen.